Middeleeuwse ziekte en modern onderwijs

(24 maart 2020)

Tijdens een recent bezoek aan het AGORA-onderzoekscentrum aan de Universiteit van Helsinki, onderzocht Ansgar Allen de contrasten tussen middeleeuwse christelijke opvattingen over ziekte als onderwijs en moderne opvattingen over onderwijs en gezondheid.

Ansgar voerde aan dat onderwijs in de moderniteit als synoniem voor gezondheid fungeert. In de moderne tijd, onze periode, speelt ziekte geen positieve, productieve rol in het onderwijs. Aangenomen wordt dat onderwijs dermate verbonden is met gezondheid dat goed onderwijs de strijd is tegen slechte gezondheid in al zijn vormen; individueel, sociaal, politiek en economisch.

In de middeleeuwse context had ziekte daarentegen een expliciete educatieve functie. Ziekte bood kansen om meer te weten te komen over de gevallen toestand van de mensheid. Het speelde een positieve rol in de opvoeding van het individu als een vorm van goddelijke tussenkomst en voogdij.

Vanuit het perspectief van ons heden kan dit niet vreemder zijn. De ziekte heeft zijn educatieve functie verloren. Het is iets geworden waar het onderwijs zich onvermijdelijk tegen moet verzetten.

Ansgar voerde aan dat deze aanname bepalend is voor onderwijskritiek. Het werkt als een fundamentele beperking en maakt het voor ons moeilijk om onderwijs in vraag te stellen. Hij ging verder dan conventionele analysemethoden en voerde aan dat andere benaderingen nodig zullen zijn, waarbij hij put uit genealogie, literaire theorie en experimenten in postkritische analyse.

Dr. Ansgar Allen is docent en PhD Program Director op de School of Education.